Sligro

Eetbare insecten
Eetbare insecten

De naam heeft me altijd geïntrigeerd. Sligro. Alsof er iets slijmerigs uit de grond komt zetten. Het doet me denken aan Grontmij (ook al zo’n intrigerende term), Fugro en slib. Tijdens mijn studie, toen ik bestuurslid was van een studievereniging, viel de term Sligro ook wel eens. Dan ging het om het in groten getale inslaan van kratten bier voor een borrel of feest. Dat mochten we, want we waren ingeschreven als vereniging en hadden daarom een Sligro-pasje. Maar zelf kwam ik er nog nooit. (Niet dat ik te lui was, maar de keren dat ik meeging om grootschalig in te slaan werd het saaiweg de C1000. Die was goedkoper en je kon erheen lopen.)

Anyways, inmiddels weet ik dat Sligro komt van het – evenmin aantrekkelijk klinkende – Slippens Groothandel in Koloniale Waren. Geen parate kennis hoor: ik heb het net opgezocht. En eveneens inmiddels heb ik, sinds vorige week, mijn eigen Sligro-pasje. Als ZZP’er in de journalistiek ben ik blijkbaar een interessante doelgroep. Het initiatief om zo’n pasje aan te vragen nam ik zelf. Een paar weken terug was ik namelijk op bezoek bij een andere ZZP’er, Roderick, en die bleek mijn lievelingsthee lapsang souchong te hebben… in zakjes!!! Nog nooit gezien. Ze kwamen van de Sligro, vertelde hij, en gaf me spontaan zijn resterende voorraad mee voor thuis. Het was op dat moment dat er bij mij een lampje ging branden. Wat hij kon, kon ik ook. Een Sligro-pasje aanvragen dus, en afscheid nemen van het geknoei met lapsang-thee in een thee-ei. En zo geschiedde.

Vorige week arriveerde het pasje, vergezeld van een dure folder over het verantwoorde en kwalitatief hoogstaande Sligro-assortiment ‘voor mijn klanten’, en een brief met een waardebon. Ze waren heel blij met mij als klant, en de waardebon kon ik bij mijn eerste bezoek aan de Sligro inleveren voor een welkomstcadeau. Een Pro-chef koksmes ter waarde van 22,50 euro. Geen idee wat ik er als journalist mee moet (mezelf een scherper pennetje snijden?), maar het zag er wel goed uit op de foto. Dus toog ik gisteren samen met mijn moeder, die ook wel eens een Sligro van binnen wilde zien, naar de Rotterdamse Spaanse Polder. Het was een heel gedoe om er te komen, met wegopbrekingen en navigatieproblemen, maar we kwamen heelhuids aan.

Zowel mijn moeder als ik hadden al eens opgevangen dat de Sligro niet per se goedkoop is. Dat bleek te kloppen. Maar … wat een assortiment!!! De lapsang souchong thee bleek één van duizenden (nou ja) soorten thee te zijn. Verder spotte ik onder andere huiveringwekkend grote bakken mayonaise, hele vaten bier, onmogelijke hoeveelheden snoep, tot obesitas aanzettende repen chocolade, en ook nog een enorme versafdeling. Vis, vlees, groente, fruit, salades, frikadellen, pizza’s, patat, zakken ingevroren zeebeesten … noem maar op. Er waren zelfs gedroogde eetbare insecten, zoals meelwormen en sprinkhanen, in grote doorzichtige potten. Afgezien van de lage temperaturen beviel het me prima om er rond te struinen. Druk was het niet, en de meeste bezoekers – opvallend veel Aziaten – leken me werkzaam in de horeca, gezien de hoeveelheden eten die ze inkochten. Er was ook nog een non-food afdeling, waar je onder andere messen, servies, bedrijfskleding en jasjes voor sta-tafels kon kopen, maar dat was een stuk minder spectaculair.

Natuurlijk wilde ik niet de hebberd zijn die alleen maar voor z’n gratis koksmes kwam, dus moest ik ook wat kopen. Het viel nog niet mee, want inderdaad: bij de AH zijn de meeste producten flink goedkoper (maar misschien van een minder goed merk…?). Chocola als kosten voor mijn bedrijf opvoeren of btw aftrekken zat er ook niet in. Sowieso: btw reken ik zelden, want journalistiek is daarvan vrijgesteld – dan valt er ook weinig af te trekken. Uiteindelijk ging ik huiswaarts met (voor zover ik me herinner, de wijn is gisteravond al aangebroken):

  • 2 flessen wijn
  • ovengebakken spek voor op brood
  • 50 ballonnen (onopgeblazen natuurlijk! zou nooit passen in mijn Aygo)
  • 6 flessen Andrélon-shampoo
  • thee

en natuurlijk dat koksmes. Mijn moeder kocht ook nog een paar dingetjes. Bij het inleveren van mijn waardebon aan de servicebalie werd er meteen een nette Sligro-meneer bijgeroepen. Ik kreeg een hand en hij verwelkomde mij vriendelijk lachend als nieuwe klant. “Het grote voordeel van de Sligro is dat onze medewerkers heel veel kennis hebben van onze producten en u goed en graag willen helpen”, lichtte hij ongevraagd toe. Ik voelde me tijdens dit plechtige moment een beetje een huichelaar, want als journalist hoef ik alleen mezelf en mijn gezin van eten te voorzien, dus een grote Sligro-klant zal ik nooit worden (zolang ik de chocolade weet te weerstaan tenminste). Om iets vriendelijks terug te doen vertelde ik maar dat ik daarnet al heel goed geholpen was toen ik op zoek was naar de lapsang thee. “En is het gelukt?” wilde hij weten. “Ja hoor, dat ging goed!” “Gelukkig maar!”

Nu ligt er in mijn keukenla een megascherp koksmes. Manlief keek er gisteren al verheugd naar (met goede bedoelingen, neem ik aan). En elders in huis ligt de welkomstbrief van de Makro te wachten. Ook al met een waardebon:  ik mag er een kopje koffie met een stuk appelgebak komen halen, en een pak printerpapier. Misschien kan ik daar wel iets mee voor mijn bedrijf.

Good ZZP-vibes

Eigenlijk moet er dringend geschreven worden aan een persbericht, naar aanleiding van een superleuk interview vandaag in het Erasmus MC. Maar mijn hoofd wil niet meer meewerken. Morgenochtend dan maar, na het hardlopen. Nu eerst een blogje.

First things first: mijn artikel over de kernramp bij Fukushima, waarover ik eerder schreef op dit blog, is gepubliceerd in KIJK (lees hier op Blendle). In hetzelfde nummer staat ook mijn artikel over het zika-virus, waarvoor ik entomoloog Bart Knols interviewde (klik). Ik ben best een beetje trots B-) Uiteraard schreef ik in de afgelopen periode nog meer teksten dan deze twee, maar daar zal ik u verder niet mee lastigvallen.

Verder ben ik na mijn vorige werkplekronde bij nog twee andere werkplekken gaan kijken: GoodPlace2Work.nl, op tien minuten fietsen van mijn huis, en vandaag een gedeeld kantoor in de Witte de Withstraat. Beide locaties leken me erg gezellig. Ik heb nog een derde optie in het vizier op een onbepaalde locatie in Rotterdam. Ik wacht even af hoe dat loopt en daarna hoop ik een weloverwogen keuze te kunnen maken (of in ieder geval eentje waar ik zelf van overtuigd ben, want weloverwogen is eigenlijk niet echt mijn ding). Hoe dan ook ben ik iedereen erg dankbaar voor de vriendelijke ontvangst.

Het vooruitzicht op een gezellige werkplek én het leuke interview van vandaag doen mijn humeur veel goed. En dan zijn er ook nog twee interessante mogelijke opdrachten die de afgelopen week toevallig op mijn pad kwamen. Good ZZP-vibes! Daar verandert die brief van de belastingdienst die ik vandaag ontving, over de deregulering beoordeling arbeidsrelaties (bleg!), lekker helemaal niks aan 🙂

PS alweer een Engelse titel voor mijn blogje!?!? Ik beloof u: de volgende keer wordt het Nederlands. Of Frans. Of Chinees.

Gimme shelter

In mijn vorige bericht schreef ik al (of nou ja, ik suggereerde) dat het alleen werken niet echt bij mij past. Ik hou van praten en luisteren, van interactie. Ik leef standaard op van een interview, een borrel (zoals vandaag bij KIJK/Know How) of gewoon een gezellig gesprek bij de koffieautomaat. Een gesprek geeft me energie, ik word er vrolijk en creatief van. Vaak voelt het alsof ik door gesprekken een leukere kant van mezelf naar boven haal. Om wat van die interactie te proeven werk ik tegenwoordig regelmatig in een café, en dat bevalt me beter dan thuis, maar alsnog is het vrij solitair.

Daarom ben ik afgelopen dinsdag bij drie werkplekken gaan kijken die ik via Google gevonden had. Afspraken gemaakt, op de fiets gestapt en rondleidingen gekregen. Ik werd overal heel vriendelijk ontvangen en de mensen leken me interessant. Twee van de drie werkplekken bleken echter niet altijd goed bezet te zijn – en dan heeft het voor mij weinig zin. Ik heb namelijk geen faciliteiten nodig behalve internet en een stoel (de laptop en de mobiel neem ik zelf wel mee); het gaat mij juist om de aanwezigheid van een soort surrogaat-collega’s. Bij Kleinhandel was het wél druk – er zitten wel vijftig kleine bedrijfjes – en trouwens ook heel mooi en hip ingericht. Die locatie sprak me dus het meest aan.

Vanochtend ben ik er een paar uur gaan proefdraaien. De jongen die me dinsdag rondleidde was er vandaag niet, maar mailde me het wifi-wachtwoord. In de  gemeenschappelijke ruimte, die ook in het filmpje achter de link te zien is, nestelde ik me aan een van de – verder lege – tafels met mijn laptop en een kopje thee uit de automaat. Tikken maar.

Dat tikken ging best, maar helaas: in de paar uur dat ik er zat, heb ik met niemand gesproken. Er waren wel veel mensen, maar die zaten in hun eigen bedrijfsruimten, dus niet in de gemeenschappelijke ruimte. Ze zeiden hooguit vriendelijk gedag als ze langs me liepen. Ik kan het ze niet kwalijk nemen: ik zou zelf ook niet zomaar iemand aanspreken die ergens met z’n laptop aan tafel gaat zitten. Maar andersom ga ik ook niet aankloppen bij die bedrijfjes en mezelf voorstellen – dat vind ik te opdringerig. Bovendien: wat hebben ze met mij te schaften? Misschien hadden ze vandaag juist zin om eens lekker geconcentreerd te werken!

Er is ook een optie om bij Kleinhandel een bureau + stoel te huren in een gemeenschappelijk kantoor, met een stuk of zeven zzp’ers van verschillend pluimage. Dat kost wat meer per maand dan de ‘flexplek’ die ik vandaag uitprobeerde, maar op zich zou ik dat er wel voor over hebben. Dus ben ik vandaag ook even langs het daarvoor aangewezen kantoor gelopen, stiekempjes. Er zaten twee mensen geconcentreerd naar een scherm te staren, en de andere bureaus waren leeg. Misschien kwam ik niet op het goede moment, maar ik kreeg nog niet het gevoel dat ik daar heel graag zou zitten werken.

Kleinhandel borrelt wel elke vrijdag, misschien schept dat nog mogelijkheden tot kennismaken, maar vooralsnog betwijfel ik of dit is wat ik zoek. Tja, wat nu? Tips voor leuke, goedbezette en gezellige ZZP-werkplekken in Rotterdam zijn welkom (diana@dianadeveld.nl of in de reacties). Een kantoor delen met andere journalisten/tekstschrijvers/communicatietypjes zou ideaal zijn, maar ik neem ook best genoegen met programmeurs, boekhouders, ontwerpers, architecten of desnoods beurshandelaren 😀

Letterspuwerij

Niet spuwenIk lees meer letters dan me lief is. In de krant, op straat, op het scherm – het grote scherm van mijn laptop, het kleine scherm van mijn mobiel. En héél af en toe, als ik eens een vennetje van tijd heb, ook nog in een boek. Soms lijkt het alsof de halve wereld uit letters bestaat. Zeg, wat wilt u weten? Zoekt en gij zult vinden, Google is uw vriend. Wat is er eigenlijk nog níet geschreven?

En daar kom ik dan aanzetten met mijn eigen letterspuwerij. “Informatie, informatie!” roept de leesvoerverkoper. “Zo prettig mogelijk verpakt!” Ik draag mijn tekstuele steentje bij: voor specialisten, patiënten, ‘gewone’ mensen, wie dan ook. Weer een stukkie tekst, weer wat kennis klaar om bij die allesverzengende information overload te voegen. Mijn tekst is bij voorbaat een teveel. Mijn artikel zou niet gemist worden, evenmin als het overtollige speelgoed van mijn dochters dat ik op onbewaakte momenten stiekem weghaal van hun kamers. Nee, je moet ze er niet op wijzen – maar wat niet weet, wat niet deert. Natuurlijk zullen sommige mensen mijn artikelen met plezier of op z’n minst interesse lezen als ze ze toevallig tegenkomen. Maar zijn die teksten er niet, dan kraait er geen haan naar.

Het maakt me wat mismoedig, dat watergedraag naar de zee. Maar die somberheid maakt me tegelijk ook wantrouwig. Want waarom ben ik soms toch simpelweg enthousiast over de teksten waar ik aan werk, terwijl ik nu al dagen zit te simmen? Waarom is de sprankel weg? Aan de onderwerpen waarover ik schrijf ligt het niet. Die zijn in ieder geval niet meer of minder interessant dan eerdere onderwerpen. Ik zal mezelf wel voor de gek houden. Het zal wel iets anders zijn, iets wat eigenlijk niets te maken heeft met waar ik denk dat het mee te maken heeft. Het weer of zo, hormonen, of nog iets onvoorstelbaarders. De kleur van mijn sokken.

Misschien is het nog ‘platter’: misschien is het een gebrek aan real time feedback. Menselijke interactie maakt tenslotte veel goed. Zelfs de beklemmende vraag naar de zin van het leven wint het niet van een gezellige avond, met een gevoel van saamhorigheid en stimulerende gesprekken. Zie de scholieren die bollenpellen in de zomervakantie: hun werkplezier komt voor 100% voort uit de interactie met hun collega’s, niet uit het werk zelf. Toch zijn ze vrolijk. Nou ja, voor zolang als het duurt. Ik geloof dat uiteindelijk werk en collegialiteit tezamen bepalen of je je werk leuk vindt. Een van beide is nooit genoeg – tenminste, niet voor mij. Sommige mensen zullen meer gericht zijn op de inhoud, en anderen meer op de sociale omstandigheden. Ooit zei iemand over mij, toen ik nog niet wist wat ik wilde worden: “Als het maar met mensen is, dan vind je het wel leuk, toch?” Daar was ik destijds een beetje door beledigd. Ik wilde ook inhoudelijk interessant werk doen, zó snel was ik niet tevreden!

Maar er zat zeker een kern van waarheid in. Ik zoek wat dit betreft nog naar de ideale invulling van mijn ZZP-bestaan.

Grinnik

onbekommerdMet alle acute deadlines achter de rug kon ik me gisteren onbekommerd storten op een nieuwe aflevering van de vragenrubriek in Know How. En dat is leuk zeg! 😀 Daar in het NN DE café zullen ze me wel als een halve idioot hebben beschouwd, hoe ik daar bij tijd en wijle in mijn eentje zat te grinniken achter mijn laptop. Maar sommige vragen die mensen insturen zijn zó leuk! Bijvoorbeeld: “Werkt praten tegen planten echt?” Alleen al van de formulering smelt mijn hart.

En dan de verhalen die je erover tegenkomt op internet (want ja, ik ga zo’n vraag dus serieus beantwoorden). Bijvoorbeeld dit artikel uit 2009, over een experiment uitgevoerd door de Britse Royal Horticultural Society. Tien tomatenplanten kregen een maand lang opgenomen stemmen te horen via een headphone. Daarna werd hun lengte gemeten, en wat bleek? De plant die luisterde naar een deel van The Origin of Species, voorgelezen door Sarah Darwin (jawel, de achter- achterkleindochter ván), groeide het hardst! Totaal niet wetenschappelijk verantwoord natuurlijk, maar wel vermakelijk.

Helaas mag het antwoord niet te lang zijn, en dus zal deze anekdote Know How niet halen. Ik moet tenslotte ook al vertellen over maisplanten die met elkaar ‘praten’ via tikkende wortels, en over een Zuid-Koreaans onderzoek dat effecten van muziek op genactiviteit ziet bij planten. Ik hoop nog een hoogleraar biologie (specialisatie: plant signalling) te spreken die me kan vertellen wat er klopt van van deze verhalen.

Die vraag over praten tegen planten is overigens maar een van de tien vragen die ik heb geselecteerd. Als u mij de komende tijd dus nog ziet zitten grinniken, dan weet u wat er aan de hand is.

Mijnenveld

MijnenveldHet is alweer bijna vijf jaar geleden dat Japan getroffen werd door een tsunami die uiteindelijk leidde tot de kernramp bij Fukushima. Voor KIJK zocht ik de afgelopen tijd uit hoe het staat met de gezondheidsschade bij de lokale bevolking. Nou ja, ‘zocht ik uit’… eerder wandelde ik door een mijnenveld van uiteenlopende meningen, feiten en getallen. Ik interviewde vier deskundige professoren uit binnen- en buitenland van verschillend pluimage (die elkaar vast niet allemaal als ‘deskundig’ zouden erkennen) en liet nog een paar mensen meelezen via de mail. Ik googelde wat af, op zoek naar de juiste informatie. Het was een – voor mij ook mentaal – zware klus om uit die enorme brij aan informatie een enigszins samenhangend verhaal te fabriceren. Ik voelde me soms net een onderzoeksjournalist, en geloof me: dat is niets voor mij. Maar het is gelukt! Net op tijd voor de deadline (=vandaag). Maar…

Nu komen de reacties van de geïnterviewden binnen. Een mijnenveld PLUS. Waar de een zegt dat de geschatte gemiddelde stralingsdosis veel minder is dan de 20 tot 50 millisievert die ik noteerde (gegevens verstrekt door een andere geïnterviewde), zegt een derde geïnterviewde juist dat de werkelijke dosis hoger is. Roept de een dat er onder Japanse kinderen uit de regio meer schildklierkanker voorkomt, zegt de ander van niet, of dat dat komt door intensieve screening. Waar de een beweert dat de officiële rapporten de nieuwste inzichten over de effecten van straling op leven ‘in het wild’ niet meenemen, beweert de ander dat daar juist een hele sectie aan is gewijd. Die dan volgens de eerste alleen maar bestaat uit het terzijde schuiven van belangrijk onderzoek. En natuurlijk verwijzen ze naar betrouwbare bronnen, ze sturen zelfs meerdere wetenschappelijke artikelen mee. Alsof ik de tijd, de puf en de kennis heb om die te gaan doorploeteren…

Het liefst zou ik alle deskundigen deze discussiepunten onderling met elkaar laten uitvechten, terwijl ik rustig toekijk en afwacht wat er uitkomt. Dan schrijf ik het daarna wel netjes op. Maar dat zou natuurlijk niet werken – in de echte wereld worden ze het tenslotte ook niet eens. Dus ligt de verantwoordelijkheid voor wat er uiteindelijk in het artikel komt te staan bij mij, en dat vind ik eerlijk gezegd niet prettig. Uiteraard doe ik mijn best om het verhaal zo accuraat mogelijk te maken, met voldoende nuances. Maar één ding staat vast: ik zal nooit iedereen tevreden krijgen met het eindresultaat.

Vervelen? Neh…

Cortisol
De structuurformule van cortisol

Van luwte is momenteel gelukkig geen sprake. Vorige week kreeg ik een persbericht toebedeeld van een oud-collega die erbij grapte: “Jij zegt geen nee, toch?” En inderdaad: ik zei ja. Met een grijns. Het persbericht is vandaag z’n eerste correctieronde ingegaan.

En er is nog meer werk te doen. Voor KIJK ben ik – al veel te lang… – bezig met een groot artikel dat tijd en vooral veel energie (!) opslokt. Ik vul momenteel de vragenrubriek van Know How (vervanging vanwege een verlof), connectie X gaf mijn naam door bij Zin, waarvoor ik eenmalig een rubriek zal vullen, en connectie Y noemde me bij het Longfonds, waarvoor ik een lang artikel uit het Engels zal vertalen naar populair-wetenschappelijk-verantwoord Nederlands. En dan is er nog de eerste van vier chirurgische bijsluiters die ik ga fabriceren, een stukje voor het medewerkersblad van het LUMC, een artikel voor het LUMC Magazine en natuurlijk de vragenrubriek van KIJK. Met andere woorden: ik verveel me niet. Joechei! 😀

Tot slot een van de leukste vragen die binnenkwam bij Know How: stel dat alle tafels (bijvoorbeeld de tafel van 7, etc.) doorliepen tot in het oneindige. Zou er dan een getal bestaan dat in al die tafels voorkomt? Het antwoord verklap ik natuurlijk niet; u kunt het binnenkort lezen in Know How.

Ik zeg (nog?) geen nee

Als startende freelancer nam ik me één ding voor: voorlopig zou ik nergens ‘nee’ tegen zeggen. Tenslotte moest ik maar zien of ik überhaupt genoeg te doen zou krijgen en hoe ik financieel zou draaien. Opdrachtgevers afketsen was wel het laatste wat ik wilde. Ik weet bovendien vanuit mijn eigen ervaring aan de andere kant van de lijn dat freelancers die meermaals niet thuis geven (of niet direct telefonisch bereikbaar zijn :-S) snel vervangen zijn door een ander.

Dus zeg ik volop ‘ja’. Ja zeggen is ook fantastisch leuk. Kom maar op! Komt goed! Wir schaffen das!!! (Hmmm… ietsje andere context, maar toch.) Ik ben natuurlijk heel blij dat ik allerlei opdrachten krijg van verschillende opdrachtgevers, dus lekker gevarieerd. Maar nu, na mijn eerste kwartaal als zzp’er, begin ik zo’n beetje het punt te bereiken dat er misschien toch wel eens een keertje een heel weifelachtig nee-tje uit mijn mond zal komen (u proeft de aarzeling). Mijn maximale werklast is bereikt. Meer moet het niet worden, want dan word ik thuis gestresst en paniekerig. Ik moet gaan oppassen als ik ‘s avonds in bed met verkrampte armen en schouders ligt te denken: hoe moet dat allemaal gaan lukken deze week!?

Tot nu toe heb ik de ‘nee’ niet aangedurfd, en ik merk dat ik het zelfs eng vind om er hier, op mijn blog over te schrijven (ach laat u alstublieft niet afschrikken, oh meelezende opdrachtgever! ;-)). Tja, denk ik dan: en wat nou als er volgende maand geen nieuwe opdrachten binnenkomen? Dan moet ik misschien deze maand gewoon extra hard…  etc. Maar toch. Ooit komt de eerste ‘nee’, ik weet het zeker. Ik verzamel nog even wat moed.

De ondernemer

Het beeld van Zadkine, vlakbij de KvK op de Blaak
Het beeld van Zadkine, foto gemaakt vlakbij de KvK op de Blaak

“De ondernemer” – is dat niet de naam van een of ander tijdschrift? Ik ben er in ieder geval niet op geabonneerd. Maar ik ben het wel, een ondernemer. Ik moet er nog aan wennen, natuurlijk, maar er is geen ontkennen aan. Ik bén mijn eigen bedrijf. Mijn bedrijf draagt zelfs mijn persoonlijke naam, dat zegt wel genoeg, toch?

Het was in ieder geval genoeg reden om me aan te melden voor de gratis voorlichtingsavond van de Belastingdienst. Gisterenavond bevond ik me daarom een paar uur lang tussen een paar honderd startende ZZP’ers (en andere ondernemers van wie ik de afkorting alweer vergeten ben) bij de Kamer van Koophandel op de Blaak. Daar hebben ze een Ondernemersplein en een soort collegezaal. Die laatste was net als sommige populaire vluchten overboekt – “want het percentage afhakers ligt in Rotterdam altijd het hoogst”, verklaarden de sprekers. Zij waren twee geroutineerde heren – eentje met focus op inkomstenbelasting, en de andere verslaafd aan BTW – en gaven ons een introductie in de administratieve rompslomp die je als ondernemer kunt verwachten. Met speciale aandacht voor de voordeeltjes die er te behalen vallen. Dat vond ik wel mooi consequent van de Belastingdienst. Als ze bijvoorbeeld kleine ondernemers een voordeeltje gunnen, dan is het niet de bedoeling dat ze dat voordeeltje laten liggen. De regels zijn er om er gebruik van te maken – en zo is het, want je mag veronderstellen dat er over nagedacht is bij de introductie ervan. Maar verschraling was er ook. “We geven nu nog deze introductie”, zo begonnen ze. “Nu nog wel. Maar de aandacht verschuift steeds meer naar digitaal.” We mochten ons gelukkig prijzen, was de doorschemerende boodschap. Over een paar jaar zit je als startende ZZP’er opgescheept met een Youtube-kanaal.

De avond was zeker nuttig. Ik weet nu hoe ik mijn facturen dien op te maken, welke gegevens ik in mijn administratie moet vastleggen, dat ik recht heb op ondernemersaftrek en de eerste drie jaar ook op startersaftrek. Goh, leuke meevaller – want tot nu toe vielen mijn freelance activiteiten onder het relatief zwaarbelaste ‘loon uit overige werkzaamheden’.

Natuurlijk registreer ik de uren die ik gisteren bij de KvK doorbracht als werktijd voor mijn urenlast (je moet 1225 uur per jaar halen om van de ‘ondernemersfaciliteiten’ te kunnen profiteren; dat gaat zeker lukken volgend jaar!) en zelfs mijn reiskosten kan ik als kosten voor mijn bedrijfsvoering opvoeren en van mijn (belaste) winst aftrekken. Nog leuker was dat ik een inspirerende startende ZZP’er ontmoette die heel dicht bij mij blijkt te wonen. In januari ga ik met haar lunchen, is het plan. Ter verlevendiging van het zelfstandigenbestaan.

Zo zag ik maar weer. Die saaie avond bleek best leuk.

Lijzige kroegtijger

Mijn uitzicht vanaf mijn tijdelijke werkplek
Mijn uitzicht vanaf mijn tijdelijke werkplek

Vandaag voer ik een experiment uit: ik ben verkast naar een café. Natuurlijk niet om mij ‘s ochtends al aan de rode wijn te zetten, maar om eens een andere werkomgeving te hebben. En… het bevalt heel goed! Er is gratis wifi hier bij het Douwe Egberts NN-café, er staat een kerstboom, ik heb uitzicht op een architectonisch hoogstandje (Rotterdam Centraal), ik zit op een stoel met een zacht velletje erop en er is lekkere thee (2,50 per kopje, dat doe ik thuis goedkoper maar ik heb de meerprijs er graag voor over).

De bedrijvigheid om me heen – overigens opvallend veel mensen met exact dezelfde laptop als ik – en het geroezemoes en getinkel van kopjes en schoteltjes zorgen ervoor dat ik geen druilerig gevoel krijg, wat me thuis soms wel overkomt. Ik ben dan ook behoorlijk productief. Zo heb ik al een aantal mails verstuurd voor een opdracht om chirurgische bijsluiters te fabriceren, een infographic over het effect van vasten op chemotherapie vertaald en aangepast, correcties op een artikel verwerkt, en nu ben ik een interview over de medisch-biologische gevolgen van de kernramp bij Fukushima aan het uittypen. Dat interview, met een Britse dame, hield ik anderhalve week terug per Skype.

De uitgestelde verwerking werd mogelijk gemaakt door de app Voice Record op mijn telefoon, waarmee ik het Skype-gesprek opnam. Heel handig, vooral omdat ik net ontdekte dat ik het gesprek ook vertraagd (traploos nog wel!) kan afspelen. De toonhoogte van mijn en haar stem veranderen daardoor gelukkig niet, maar de spreeksnelheid wel. We klinken dus een beetje lijzig, maar zonder death-metal-effect. Het vertragen helpt wel om haar erg Britse Engels goed te kunnen verstaan, en bovendien bijna live mee te kunnen tikken! Ik zeg: aanrader, die app.

Zo, en nu weer aan de slag.