Letterspuwerij

Niet spuwenIk lees meer letters dan me lief is. In de krant, op straat, op het scherm – het grote scherm van mijn laptop, het kleine scherm van mijn mobiel. En héél af en toe, als ik eens een vennetje van tijd heb, ook nog in een boek. Soms lijkt het alsof de halve wereld uit letters bestaat. Zeg, wat wilt u weten? Zoekt en gij zult vinden, Google is uw vriend. Wat is er eigenlijk nog níet geschreven?

En daar kom ik dan aanzetten met mijn eigen letterspuwerij. “Informatie, informatie!” roept de leesvoerverkoper. “Zo prettig mogelijk verpakt!” Ik draag mijn tekstuele steentje bij: voor specialisten, patiënten, ‘gewone’ mensen, wie dan ook. Weer een stukkie tekst, weer wat kennis klaar om bij die allesverzengende information overload te voegen. Mijn tekst is bij voorbaat een teveel. Mijn artikel zou niet gemist worden, evenmin als het overtollige speelgoed van mijn dochters dat ik op onbewaakte momenten stiekem weghaal van hun kamers. Nee, je moet ze er niet op wijzen – maar wat niet weet, wat niet deert. Natuurlijk zullen sommige mensen mijn artikelen met plezier of op z’n minst interesse lezen als ze ze toevallig tegenkomen. Maar zijn die teksten er niet, dan kraait er geen haan naar.

Het maakt me wat mismoedig, dat watergedraag naar de zee. Maar die somberheid maakt me tegelijk ook wantrouwig. Want waarom ben ik soms toch simpelweg enthousiast over de teksten waar ik aan werk, terwijl ik nu al dagen zit te simmen? Waarom is de sprankel weg? Aan de onderwerpen waarover ik schrijf ligt het niet. Die zijn in ieder geval niet meer of minder interessant dan eerdere onderwerpen. Ik zal mezelf wel voor de gek houden. Het zal wel iets anders zijn, iets wat eigenlijk niets te maken heeft met waar ik denk dat het mee te maken heeft. Het weer of zo, hormonen, of nog iets onvoorstelbaarders. De kleur van mijn sokken.

Misschien is het nog ‘platter’: misschien is het een gebrek aan real time feedback. Menselijke interactie maakt tenslotte veel goed. Zelfs de beklemmende vraag naar de zin van het leven wint het niet van een gezellige avond, met een gevoel van saamhorigheid en stimulerende gesprekken. Zie de scholieren die bollenpellen in de zomervakantie: hun werkplezier komt voor 100% voort uit de interactie met hun collega’s, niet uit het werk zelf. Toch zijn ze vrolijk. Nou ja, voor zolang als het duurt. Ik geloof dat uiteindelijk werk en collegialiteit tezamen bepalen of je je werk leuk vindt. Een van beide is nooit genoeg – tenminste, niet voor mij. Sommige mensen zullen meer gericht zijn op de inhoud, en anderen meer op de sociale omstandigheden. Ooit zei iemand over mij, toen ik nog niet wist wat ik wilde worden: “Als het maar met mensen is, dan vind je het wel leuk, toch?” Daar was ik destijds een beetje door beledigd. Ik wilde ook inhoudelijk interessant werk doen, zó snel was ik niet tevreden!

Maar er zat zeker een kern van waarheid in. Ik zoek wat dit betreft nog naar de ideale invulling van mijn ZZP-bestaan.

One thought on “Letterspuwerij

Comments are closed.