Herfst

Als ik in dit tergend trage tempo door blijf bloggen, dan bespaar ik mezelf in ieder geval energieslurpende peinzerijen over de titels van mijn posts. Na het bericht Zomer (ergens in juli) volgt nu Herfst (23 oktober). Het volgende blogje zal vast Winter heten…

Wat valt er te melden op werkgebied? Er is nog steeds genoeg te doen: de eerste Transparant (Nederlandse Transplantatie Stichting) die ik coördineerde is inmiddels in druk verschenen, morgen reis ik naar de NTS voor een evaluatie en een bespreking van de onderwerpen voor in het komende nummer. Transparant verschijnt maar vier keer per jaar, dus we hebben gelukkig nog even. Verder ben ik – naast de altijd doorlopende KIJK Antwoordt-jes – bezig met een artikel voor het LUMC Magazine over veroudering, rond ik samen met collega Maaike Wijnands van Oehoe de teksten voor animaties over behandelopties voor nierpatiënten af, schrijf ik over e-Health-toepassingen voor NWO, af en toe wat pers-/nieuwsberichtjes voor het LUMC, binnenkort interviews voor Medische Oncologie, De Psychiater, en twee hematologische uitgaven van uitgeverij Van Zuiden. Voor de Nierstichting ben ik bezig met drie teksten over nieraandoeningen, bedoeld voor patiënten. Het blijkt lastig om de drukbezette specialisten te strikken voor het delen van de voor mij benodigde kennis. Tot slot zal ik hoogstwaarschijnlijk freelance-collega Mirjam Bedaf tijdens haar verlof vervangen in haar rol als eindredacteur van Hemato-oncologie (BPM Medica). Leuk, zal ik ook één dag per maand in Amsterdam aan het werk zijn! Zo kom je nog eens ergens. De plannen met Meditaal staan intussen op een zeer laag pitje, wegens te weinig urgentie en deadlines.

Na de zomervakantie ben ik vrijwel elke werkdag per fiets naar mijn kantoor gegaan, wat me heel goed bevalt. Ongemerkt fiets ik zo toch 13 km per dag, en het gaat nog sneller dan reizen per metro of tram ook. Eenmaal binnen mag ik dan lekker lui de lift nemen, in plaats van vier trappen te beklimmen. (Soms doe ik het toch en kom dan buiten adem en bezweet boven – het zijn nogal hoge verdiepingen, gek genoeg niet allemaal met hetzelfde aantal traptreden.) Nu hopen dat het fietsen ook in de herfst te doen blijft. Ooit zwoor ik om nooit meer een regenpak aan te trekken, na traumatische ervaringen op de middelbare school, maar daar ben ik nu wel weer overheen. Zolang het maar niet glad is.

Dit is niet echt een inspirerend blogje geworden, waarvoor excuses, maar als kleine troost kan ik melden dat ik nu waarschijnlijk weer mijn mond houd totdat het wintert.

Zomer

Alle reisgenoten op één na in het mooiste dorp van Engeland: Castle Combe
Alle reisgenoten op één na (die nam de foto) op een pittoresk punt in Engeland

Na ruim twee weken welverdiende (tenminste, dat vind ik zelf) vakantie in Engeland, waarin ik maar een paar uur werkte, zijn we nu weer een weekje thuis. De kinderen hebben nog drie weken schoolvakantie te gaan, mijn man is weer fulltime aan het werk en zelf wissel ik werken af met tijd doorbrengen met de meisjes. Dat werken doe ik vooral ‘s avonds laat – de meisjes gaan laat naar bed deze zomer – of als ze bij opa en oma zijn of zichzelf even weten te vermaken. Als de vakantie voorbij is, ga ik weer volop aan de slag. Ook heb ik in augustus nog twee dagen oppas en vier dagen zomerkamp (alleen overdag, van 9 tot 15.30 uur) geregeld voor de meisjes. Maar we gaan ook nog met z’n drieën een nachtje kamperen in Nederland komende week 🙂

Er is qua werk genoeg te doen. Vooral de productie van Transparant, het magazine van de Nederlandse Transplantatie Stichting, neemt veel tijd in beslag. Maar het is leuk om weer zelf een tijdschrift te maken: van het onderhouden van de onderwerpenlijst, in samenspraak met medewerkers van de NTS, tot het briefen van freelance journalisten en fotografen, het schrijven van rubrieken, het eindredigeren van binnengekomen artikelen en uiteindelijk natuurlijk het controleren van de drukproeven. Dat laatste zal echter nog wel even duren… Ook leuk: ik zie mezelf weer dezelfde mapjes (‘Ter eindredactie’, ‘Klaar’ etc.) aanmaken als destijds bij het LUMC, en dat voelt verrassend vertrouwd. Mijn Paprika-collega Olga van de Ontwerpkeuken zal de vormgeving op zich nemen, ik kijk ernaar uit om met haar te gaan samenwerken. Verder wachten er nog opdrachten op me van het LUMC Magazine, de Nierstichting, het Longfonds, ZonMw en KIJK Antwoordt. Zo, en nu ga ik weer weekend houden.

Vraag uw tandarts waarom!

elmex_anti_caries_75ml_tandpastaOoit werkte ik op een afdeling Mondheelkunde en kaakchirurgie, en daar vernam ik dat het enige relevante ingrediënt van tandpasta de fluoride is. Dat spulletje beschermt echt tegen cariës. Verder moet tandpasta alleen een beetje schuren, net als een goed verhaal. That’s it. Sindsdien let ik bij aankoop van tandpasta alleen nog op prijs en smaak.

Aangezien ik meestal naar AH ga, staat er standaard een AH-tube in onze badkamer. Maar om de een of andere reden hebben we momenteel Elmex in huis – misschien was er een bonusaanbieding, of ik kocht drie tubes bij de Sligro, weet ik het. Hij staat er. En omdat ik alle letters waar mijn blik op valt nu eenmaal móet lezen, las ik ook de lovende woorden van het product over zichzelf. Ik citeer:

Effectieve cariësbescherming voor sterke en gezonde tanden
Diverse klinische onderzoeken hebben aangetoond dat Aminfluoride zeer effectief is. Het vormt direct een beschermende mineraallaag rond de tanden en helpt de mineralen in het tandglazuur herstellen. Dit helpt effectief beschermen tegen toekomstige aantasting door cariës.

Vraag uw tandarts of mondhygiënist waarom! 

Dat laatste zinnetje intrigeert me mateloos. Verwacht de producent van Elmex (Colgate-Palmolive) nu werkelijk dat de brave tandenpoetser die vraag aan zijn tandarts of mondhygiëniste gaat stellen? “Vertelt u eens, mevrouw de tandarts, waarom moet ik met Elmex poetsen?” Dat lijkt me niet: niemand die zo gek is (hoewel ik het momenteel serieus overweeg). Het is bluf, lijkt mij. Juist door dit zo nadrukkelijk te stellen, in vetgedrukte letters, wekt de fabrikant de indruk zeer zeker van zijn zaak te zijn. Als tandenpoetser ga je zelfs geloven dat deze kennis – de superioriteit van Elmex –  voor alle tandartsen en mondhygiënisten gesneden koek is. Als je ernaar vraagt, zo vreest de tandenpoetser, zal de tandarts of mondhygiënist denken: daar heb je weer zo’n domme rukker die niet weet waarom je met Elmex moet poetsen. Nou, dank je de koekoek. Ik neem het wel gewoon aan.

Misschien, bedacht ik me, werkt het zelfs andersom. Misschien gaan tandartsen en mondhygiënisten óók wel geloven dat ze eigenlijk zouden moeten weten dat hun klanten met Elmex moeten poetsen, ook al weten ze bij god niet waarom. In dat geval is er sprake van een waar Kleren-van-de-Keizer-fenomeen, mijn favoriete sprookje. Niemand durft de bubbel te breken uit angst door de mand te vallen als enige domoor.

Het is een gewiekste marketingtechniek, maar tegelijk is het een zielig trucje. Het is schermen met pretenties bij gebrek aan inhoud. Ik ken nog zo’n reclamecampagne: die van Jupiler, met z’n ‘Mannen weten waarom’. Ik heb het al aan een aantal mannen gevraagd, vol bravoure. Nou, waarom dan? Niemand die het wist.

Stand van zaken

VerhuisdoosHet is even wat stil op dit blog, en dat is aan de ene kant natuurlijk dieptragisch (ahum), maar het betekent in ieder geval dat ik me niet verveeld heb. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik me de voorgaande keren dat ik hier schreef wél zat te vervelen hoor. Soms zoek ik gewoon even afleiding. So shoot me!

Hoe dan ook: het is tijd voor een update. Dit weekend zijn de Paprika’s, waartoe ik mezelf inmiddels met trots durf te rekenen, verhuisd van de Karel Doormanstraat naar Westersingel 18-19, vierhoog (met lift, maar… ook met trappen!). Vandaag bracht ik er mijn eerste halve werkdag door. En dat beviel goed! Mijn nieuwe collega’s zijn erg vriendelijk, gevat en goedgemutst. De ruimte is best ruim, licht, niet te koud (!), er is een waterkoker en de buren hadden zowaar aan onze chocoladevoorraad gedacht (Celebrations). Ik zeg: joechei! Hier ga ik vast vele prettige werkuurtjes doorbrengen.

Ook werkinhoudelijk amuseer ik me goed. Zo ben ik de afgelopen weken druk bezig geweest met een flink aantal pers- en nieuwsberichten voor het LUMC (bijvoorbeeld over hoe complex ons afweersysteem is, het opsporen van kanker met behulp van de vuilniswagens van ons afweersysteem en celtherapie tegen pijn op de borst). Voor Medische Oncologie interviewde ik Kishan Naipal, die mij vertelde over zijn razend interessante promotieonderzoek bij het Erasmus MC. Hij ontwikkelde een test om te voorspellen bij welke kankerpatiënten bepaalde medicijnen, PARP-remmers, zin kunnen hebben. Ik had nog nooit van die PARP-remmers gehoord, maar het principe erachter vond ik heel vernuftig. Bij sommige kwaadaardige tumoren is een bepaald DNA-reparatiemechanisme kapot (homologe recombinatie, voor de liefhebbers). Dat is de reden waarom die tumoren überhaupt ontstonden: als de DNA-schade altijd netjes wordt opgeruimd, gaan cellen tenslotte niet uit de pas lopen en zich ontwikkelen tot kankercellen. Maar dát zo’n reparatiemechanisme defect is, biedt ook weer kansen voor therapie. Want wat nu als je een medicijn toedient dat het back-up-reparatiesysteem eveneens lam legt? Dan sterven de kankercellen (want helemaal geen DNA-reparatie, en dat is funest), terwijl gezonde cellen gewoon zullen overleven. Want bij de gezonde cellen is het eerste reparatiesysteem nog intact. Het resultaat: een heel specifieke therapie met weinig bijwerkingen. Niet enthousiast? Hmm…. misschien is deze uitleg dan iets te kort. Ja, dat moet het zijn 🙂 Als mijn artikel verschenen is, zal ik even een link toevoegen aan deze blog.

En verder? Ik schreef nog een ander artikel voor Medische Oncologie, een stukje voor het medewerkersblad van het LUMC, de vier chirurgische bijsluiters voor de NVPC naderen hun voltooiing en voor KIJK Antwoordt beantwoordde ik vragen over waarom zweet zo zout is en waarom een trap in je kloten zoveel pijn doet (dat laatste heb ik gelukkig alleen van horen zeggen…). Voor het LUMC Magazine schrijf ik samen met mijn oud-collega Christi (gezellig!) een verhaal over vrijwilligerswerk door LUMC’ers in het buitenland. En tot slot ligt er nog een geheel ander soort opdracht voor de Nederlandse Transplantatie Stichting in het verschiet, waarover ik later vast nog meer zal schrijven op deze site. Tenminste, als ik me een keer verveel ;-).

Geregeld!

paprikaVoor wie zich afvroeg hoe het staat met mijn zoektocht naar een vaste werkplek, een plaats om naar toe te gaan met gezellige pseudo-collega’s: die is geslaagd! Ik heb meerdere opties bekeken, en mijn keuze vol overtuiging gemaakt. Vanaf 1 juni voeg ik mij bij een divers groepje freelancers (grafisch vormgevers, een journalist, een webbouwer, een architect…) dat zichzelf de Paprika’s noemt. We gaan huizen op de Westersingel, hartje Rotterdam (zij verblijven nu nog op de Karel Doormanstraat, er moet dus verhuisd worden). Het kantoor heeft veel licht en een mooi uitzicht, mijn pseudo-collega’s zijn volgens mij leuke mensen, en zowaar lijkt de eerste zakelijke samenwerking al te zijn ontstaan – nota bene met de enige Paprika die ik nog niet in levende lijve ontmoet heb.

Een beetje eng is het wel – ik bedoel, zij kennen elkaar al goed en nu kom ik daar opeens tussen, als nieuweling… Daar word ik wat zenuwachtig van. Maar ik troost me met de gedachte dat dat bij al mijn banen zo was, en dat het altijd vanzelf goed kwam. Dat zal nu vast weer het geval zijn. In ieder geval heb ik er erg veel zin in!

Sligro

Eetbare insecten
Eetbare insecten

De naam heeft me altijd geïntrigeerd. Sligro. Alsof er iets slijmerigs uit de grond komt zetten. Het doet me denken aan Grontmij (ook al zo’n intrigerende term), Fugro en slib. Tijdens mijn studie, toen ik bestuurslid was van een studievereniging, viel de term Sligro ook wel eens. Dan ging het om het in groten getale inslaan van kratten bier voor een borrel of feest. Dat mochten we, want we waren ingeschreven als vereniging en hadden daarom een Sligro-pasje. Maar zelf kwam ik er nog nooit. (Niet dat ik te lui was, maar de keren dat ik meeging om grootschalig in te slaan werd het saaiweg de C1000. Die was goedkoper en je kon erheen lopen.)

Anyways, inmiddels weet ik dat Sligro komt van het – evenmin aantrekkelijk klinkende – Slippens Groothandel in Koloniale Waren. Geen parate kennis hoor: ik heb het net opgezocht. En eveneens inmiddels heb ik, sinds vorige week, mijn eigen Sligro-pasje. Als ZZP’er in de journalistiek ben ik blijkbaar een interessante doelgroep. Het initiatief om zo’n pasje aan te vragen nam ik zelf. Een paar weken terug was ik namelijk op bezoek bij een andere ZZP’er, Roderick, en die bleek mijn lievelingsthee lapsang souchong te hebben… in zakjes!!! Nog nooit gezien. Ze kwamen van de Sligro, vertelde hij, en gaf me spontaan zijn resterende voorraad mee voor thuis. Het was op dat moment dat er bij mij een lampje ging branden. Wat hij kon, kon ik ook. Een Sligro-pasje aanvragen dus, en afscheid nemen van het geknoei met lapsang-thee in een thee-ei. En zo geschiedde.

Vorige week arriveerde het pasje, vergezeld van een dure folder over het verantwoorde en kwalitatief hoogstaande Sligro-assortiment ‘voor mijn klanten’, en een brief met een waardebon. Ze waren heel blij met mij als klant, en de waardebon kon ik bij mijn eerste bezoek aan de Sligro inleveren voor een welkomstcadeau. Een Pro-chef koksmes ter waarde van 22,50 euro. Geen idee wat ik er als journalist mee moet (mezelf een scherper pennetje snijden?), maar het zag er wel goed uit op de foto. Dus toog ik gisteren samen met mijn moeder, die ook wel eens een Sligro van binnen wilde zien, naar de Rotterdamse Spaanse Polder. Het was een heel gedoe om er te komen, met wegopbrekingen en navigatieproblemen, maar we kwamen heelhuids aan.

Zowel mijn moeder als ik hadden al eens opgevangen dat de Sligro niet per se goedkoop is. Dat bleek te kloppen. Maar … wat een assortiment!!! De lapsang souchong thee bleek één van duizenden (nou ja) soorten thee te zijn. Verder spotte ik onder andere huiveringwekkend grote bakken mayonaise, hele vaten bier, onmogelijke hoeveelheden snoep, tot obesitas aanzettende repen chocolade, en ook nog een enorme versafdeling. Vis, vlees, groente, fruit, salades, frikadellen, pizza’s, patat, zakken ingevroren zeebeesten … noem maar op. Er waren zelfs gedroogde eetbare insecten, zoals meelwormen en sprinkhanen, in grote doorzichtige potten. Afgezien van de lage temperaturen beviel het me prima om er rond te struinen. Druk was het niet, en de meeste bezoekers – opvallend veel Aziaten – leken me werkzaam in de horeca, gezien de hoeveelheden eten die ze inkochten. Er was ook nog een non-food afdeling, waar je onder andere messen, servies, bedrijfskleding en jasjes voor sta-tafels kon kopen, maar dat was een stuk minder spectaculair.

Natuurlijk wilde ik niet de hebberd zijn die alleen maar voor z’n gratis koksmes kwam, dus moest ik ook wat kopen. Het viel nog niet mee, want inderdaad: bij de AH zijn de meeste producten flink goedkoper (maar misschien van een minder goed merk…?). Chocola als kosten voor mijn bedrijf opvoeren of btw aftrekken zat er ook niet in. Sowieso: btw reken ik zelden, want journalistiek is daarvan vrijgesteld – dan valt er ook weinig af te trekken. Uiteindelijk ging ik huiswaarts met (voor zover ik me herinner, de wijn is gisteravond al aangebroken):

  • 2 flessen wijn
  • ovengebakken spek voor op brood
  • 50 ballonnen (onopgeblazen natuurlijk! zou nooit passen in mijn Aygo)
  • 6 flessen Andrélon-shampoo
  • thee

en natuurlijk dat koksmes. Mijn moeder kocht ook nog een paar dingetjes. Bij het inleveren van mijn waardebon aan de servicebalie werd er meteen een nette Sligro-meneer bijgeroepen. Ik kreeg een hand en hij verwelkomde mij vriendelijk lachend als nieuwe klant. “Het grote voordeel van de Sligro is dat onze medewerkers heel veel kennis hebben van onze producten en u goed en graag willen helpen”, lichtte hij ongevraagd toe. Ik voelde me tijdens dit plechtige moment een beetje een huichelaar, want als journalist hoef ik alleen mezelf en mijn gezin van eten te voorzien, dus een grote Sligro-klant zal ik nooit worden (zolang ik de chocolade weet te weerstaan tenminste). Om iets vriendelijks terug te doen vertelde ik maar dat ik daarnet al heel goed geholpen was toen ik op zoek was naar de lapsang thee. “En is het gelukt?” wilde hij weten. “Ja hoor, dat ging goed!” “Gelukkig maar!”

Nu ligt er in mijn keukenla een megascherp koksmes. Manlief keek er gisteren al verheugd naar (met goede bedoelingen, neem ik aan). En elders in huis ligt de welkomstbrief van de Makro te wachten. Ook al met een waardebon:  ik mag er een kopje koffie met een stuk appelgebak komen halen, en een pak printerpapier. Misschien kan ik daar wel iets mee voor mijn bedrijf.

Good ZZP-vibes

Eigenlijk moet er dringend geschreven worden aan een persbericht, naar aanleiding van een superleuk interview vandaag in het Erasmus MC. Maar mijn hoofd wil niet meer meewerken. Morgenochtend dan maar, na het hardlopen. Nu eerst een blogje.

First things first: mijn artikel over de kernramp bij Fukushima, waarover ik eerder schreef op dit blog, is gepubliceerd in KIJK (lees hier op Blendle). In hetzelfde nummer staat ook mijn artikel over het zika-virus, waarvoor ik entomoloog Bart Knols interviewde (klik). Ik ben best een beetje trots B-) Uiteraard schreef ik in de afgelopen periode nog meer teksten dan deze twee, maar daar zal ik u verder niet mee lastigvallen.

Verder ben ik na mijn vorige werkplekronde bij nog twee andere werkplekken gaan kijken: GoodPlace2Work.nl, op tien minuten fietsen van mijn huis, en vandaag een gedeeld kantoor in de Witte de Withstraat. Beide locaties leken me erg gezellig. Ik heb nog een derde optie in het vizier op een onbepaalde locatie in Rotterdam. Ik wacht even af hoe dat loopt en daarna hoop ik een weloverwogen keuze te kunnen maken (of in ieder geval eentje waar ik zelf van overtuigd ben, want weloverwogen is eigenlijk niet echt mijn ding). Hoe dan ook ben ik iedereen erg dankbaar voor de vriendelijke ontvangst.

Het vooruitzicht op een gezellige werkplek én het leuke interview van vandaag doen mijn humeur veel goed. En dan zijn er ook nog twee interessante mogelijke opdrachten die de afgelopen week toevallig op mijn pad kwamen. Good ZZP-vibes! Daar verandert die brief van de belastingdienst die ik vandaag ontving, over de deregulering beoordeling arbeidsrelaties (bleg!), lekker helemaal niks aan 🙂

PS alweer een Engelse titel voor mijn blogje!?!? Ik beloof u: de volgende keer wordt het Nederlands. Of Frans. Of Chinees.

Gimme shelter

In mijn vorige bericht schreef ik al (of nou ja, ik suggereerde) dat het alleen werken niet echt bij mij past. Ik hou van praten en luisteren, van interactie. Ik leef standaard op van een interview, een borrel (zoals vandaag bij KIJK/Know How) of gewoon een gezellig gesprek bij de koffieautomaat. Een gesprek geeft me energie, ik word er vrolijk en creatief van. Vaak voelt het alsof ik door gesprekken een leukere kant van mezelf naar boven haal. Om wat van die interactie te proeven werk ik tegenwoordig regelmatig in een café, en dat bevalt me beter dan thuis, maar alsnog is het vrij solitair.

Daarom ben ik afgelopen dinsdag bij drie werkplekken gaan kijken die ik via Google gevonden had. Afspraken gemaakt, op de fiets gestapt en rondleidingen gekregen. Ik werd overal heel vriendelijk ontvangen en de mensen leken me interessant. Twee van de drie werkplekken bleken echter niet altijd goed bezet te zijn – en dan heeft het voor mij weinig zin. Ik heb namelijk geen faciliteiten nodig behalve internet en een stoel (de laptop en de mobiel neem ik zelf wel mee); het gaat mij juist om de aanwezigheid van een soort surrogaat-collega’s. Bij Kleinhandel was het wél druk – er zitten wel vijftig kleine bedrijfjes – en trouwens ook heel mooi en hip ingericht. Die locatie sprak me dus het meest aan.

Vanochtend ben ik er een paar uur gaan proefdraaien. De jongen die me dinsdag rondleidde was er vandaag niet, maar mailde me het wifi-wachtwoord. In de  gemeenschappelijke ruimte, die ook in het filmpje achter de link te zien is, nestelde ik me aan een van de – verder lege – tafels met mijn laptop en een kopje thee uit de automaat. Tikken maar.

Dat tikken ging best, maar helaas: in de paar uur dat ik er zat, heb ik met niemand gesproken. Er waren wel veel mensen, maar die zaten in hun eigen bedrijfsruimten, dus niet in de gemeenschappelijke ruimte. Ze zeiden hooguit vriendelijk gedag als ze langs me liepen. Ik kan het ze niet kwalijk nemen: ik zou zelf ook niet zomaar iemand aanspreken die ergens met z’n laptop aan tafel gaat zitten. Maar andersom ga ik ook niet aankloppen bij die bedrijfjes en mezelf voorstellen – dat vind ik te opdringerig. Bovendien: wat hebben ze met mij te schaften? Misschien hadden ze vandaag juist zin om eens lekker geconcentreerd te werken!

Er is ook een optie om bij Kleinhandel een bureau + stoel te huren in een gemeenschappelijk kantoor, met een stuk of zeven zzp’ers van verschillend pluimage. Dat kost wat meer per maand dan de ‘flexplek’ die ik vandaag uitprobeerde, maar op zich zou ik dat er wel voor over hebben. Dus ben ik vandaag ook even langs het daarvoor aangewezen kantoor gelopen, stiekempjes. Er zaten twee mensen geconcentreerd naar een scherm te staren, en de andere bureaus waren leeg. Misschien kwam ik niet op het goede moment, maar ik kreeg nog niet het gevoel dat ik daar heel graag zou zitten werken.

Kleinhandel borrelt wel elke vrijdag, misschien schept dat nog mogelijkheden tot kennismaken, maar vooralsnog betwijfel ik of dit is wat ik zoek. Tja, wat nu? Tips voor leuke, goedbezette en gezellige ZZP-werkplekken in Rotterdam zijn welkom (diana@dianadeveld.nl of in de reacties). Een kantoor delen met andere journalisten/tekstschrijvers/communicatietypjes zou ideaal zijn, maar ik neem ook best genoegen met programmeurs, boekhouders, ontwerpers, architecten of desnoods beurshandelaren 😀

Letterspuwerij

Niet spuwenIk lees meer letters dan me lief is. In de krant, op straat, op het scherm – het grote scherm van mijn laptop, het kleine scherm van mijn mobiel. En héél af en toe, als ik eens een vennetje van tijd heb, ook nog in een boek. Soms lijkt het alsof de halve wereld uit letters bestaat. Zeg, wat wilt u weten? Zoekt en gij zult vinden, Google is uw vriend. Wat is er eigenlijk nog níet geschreven?

En daar kom ik dan aanzetten met mijn eigen letterspuwerij. “Informatie, informatie!” roept de leesvoerverkoper. “Zo prettig mogelijk verpakt!” Ik draag mijn tekstuele steentje bij: voor specialisten, patiënten, ‘gewone’ mensen, wie dan ook. Weer een stukkie tekst, weer wat kennis klaar om bij die allesverzengende information overload te voegen. Mijn tekst is bij voorbaat een teveel. Mijn artikel zou niet gemist worden, evenmin als het overtollige speelgoed van mijn dochters dat ik op onbewaakte momenten stiekem weghaal van hun kamers. Nee, je moet ze er niet op wijzen – maar wat niet weet, wat niet deert. Natuurlijk zullen sommige mensen mijn artikelen met plezier of op z’n minst interesse lezen als ze ze toevallig tegenkomen. Maar zijn die teksten er niet, dan kraait er geen haan naar.

Het maakt me wat mismoedig, dat watergedraag naar de zee. Maar die somberheid maakt me tegelijk ook wantrouwig. Want waarom ben ik soms toch simpelweg enthousiast over de teksten waar ik aan werk, terwijl ik nu al dagen zit te simmen? Waarom is de sprankel weg? Aan de onderwerpen waarover ik schrijf ligt het niet. Die zijn in ieder geval niet meer of minder interessant dan eerdere onderwerpen. Ik zal mezelf wel voor de gek houden. Het zal wel iets anders zijn, iets wat eigenlijk niets te maken heeft met waar ik denk dat het mee te maken heeft. Het weer of zo, hormonen, of nog iets onvoorstelbaarders. De kleur van mijn sokken.

Misschien is het nog ‘platter’: misschien is het een gebrek aan real time feedback. Menselijke interactie maakt tenslotte veel goed. Zelfs de beklemmende vraag naar de zin van het leven wint het niet van een gezellige avond, met een gevoel van saamhorigheid en stimulerende gesprekken. Zie de scholieren die bollenpellen in de zomervakantie: hun werkplezier komt voor 100% voort uit de interactie met hun collega’s, niet uit het werk zelf. Toch zijn ze vrolijk. Nou ja, voor zolang als het duurt. Ik geloof dat uiteindelijk werk en collegialiteit tezamen bepalen of je je werk leuk vindt. Een van beide is nooit genoeg – tenminste, niet voor mij. Sommige mensen zullen meer gericht zijn op de inhoud, en anderen meer op de sociale omstandigheden. Ooit zei iemand over mij, toen ik nog niet wist wat ik wilde worden: “Als het maar met mensen is, dan vind je het wel leuk, toch?” Daar was ik destijds een beetje door beledigd. Ik wilde ook inhoudelijk interessant werk doen, zó snel was ik niet tevreden!

Maar er zat zeker een kern van waarheid in. Ik zoek wat dit betreft nog naar de ideale invulling van mijn ZZP-bestaan.

Grinnik

onbekommerdMet alle acute deadlines achter de rug kon ik me gisteren onbekommerd storten op een nieuwe aflevering van de vragenrubriek in Know How. En dat is leuk zeg! 😀 Daar in het NN DE café zullen ze me wel als een halve idioot hebben beschouwd, hoe ik daar bij tijd en wijle in mijn eentje zat te grinniken achter mijn laptop. Maar sommige vragen die mensen insturen zijn zó leuk! Bijvoorbeeld: “Werkt praten tegen planten echt?” Alleen al van de formulering smelt mijn hart.

En dan de verhalen die je erover tegenkomt op internet (want ja, ik ga zo’n vraag dus serieus beantwoorden). Bijvoorbeeld dit artikel uit 2009, over een experiment uitgevoerd door de Britse Royal Horticultural Society. Tien tomatenplanten kregen een maand lang opgenomen stemmen te horen via een headphone. Daarna werd hun lengte gemeten, en wat bleek? De plant die luisterde naar een deel van The Origin of Species, voorgelezen door Sarah Darwin (jawel, de achter- achterkleindochter ván), groeide het hardst! Totaal niet wetenschappelijk verantwoord natuurlijk, maar wel vermakelijk.

Helaas mag het antwoord niet te lang zijn, en dus zal deze anekdote Know How niet halen. Ik moet tenslotte ook al vertellen over maisplanten die met elkaar ‘praten’ via tikkende wortels, en over een Zuid-Koreaans onderzoek dat effecten van muziek op genactiviteit ziet bij planten. Ik hoop nog een hoogleraar biologie (specialisatie: plant signalling) te spreken die me kan vertellen wat er klopt van van deze verhalen.

Die vraag over praten tegen planten is overigens maar een van de tien vragen die ik heb geselecteerd. Als u mij de komende tijd dus nog ziet zitten grinniken, dan weet u wat er aan de hand is.