Mijnenveld

MijnenveldHet is alweer bijna vijf jaar geleden dat Japan getroffen werd door een tsunami die uiteindelijk leidde tot de kernramp bij Fukushima. Voor KIJK zocht ik de afgelopen tijd uit hoe het staat met de gezondheidsschade bij de lokale bevolking. Nou ja, ‘zocht ik uit’… eerder wandelde ik door een mijnenveld van uiteenlopende meningen, feiten en getallen. Ik interviewde vier deskundige professoren uit binnen- en buitenland van verschillend pluimage (die elkaar vast niet allemaal als ‘deskundig’ zouden erkennen) en liet nog een paar mensen meelezen via de mail. Ik googelde wat af, op zoek naar de juiste informatie. Het was een – voor mij ook mentaal – zware klus om uit die enorme brij aan informatie een enigszins samenhangend verhaal te fabriceren. Ik voelde me soms net een onderzoeksjournalist, en geloof me: dat is niets voor mij. Maar het is gelukt! Net op tijd voor de deadline (=vandaag). Maar…

Nu komen de reacties van de geïnterviewden binnen. Een mijnenveld PLUS. Waar de een zegt dat de geschatte gemiddelde stralingsdosis veel minder is dan de 20 tot 50 millisievert die ik noteerde (gegevens verstrekt door een andere geïnterviewde), zegt een derde geïnterviewde juist dat de werkelijke dosis hoger is. Roept de een dat er onder Japanse kinderen uit de regio meer schildklierkanker voorkomt, zegt de ander van niet, of dat dat komt door intensieve screening. Waar de een beweert dat de officiële rapporten de nieuwste inzichten over de effecten van straling op leven ‘in het wild’ niet meenemen, beweert de ander dat daar juist een hele sectie aan is gewijd. Die dan volgens de eerste alleen maar bestaat uit het terzijde schuiven van belangrijk onderzoek. En natuurlijk verwijzen ze naar betrouwbare bronnen, ze sturen zelfs meerdere wetenschappelijke artikelen mee. Alsof ik de tijd, de puf en de kennis heb om die te gaan doorploeteren…

Het liefst zou ik alle deskundigen deze discussiepunten onderling met elkaar laten uitvechten, terwijl ik rustig toekijk en afwacht wat er uitkomt. Dan schrijf ik het daarna wel netjes op. Maar dat zou natuurlijk niet werken – in de echte wereld worden ze het tenslotte ook niet eens. Dus ligt de verantwoordelijkheid voor wat er uiteindelijk in het artikel komt te staan bij mij, en dat vind ik eerlijk gezegd niet prettig. Uiteraard doe ik mijn best om het verhaal zo accuraat mogelijk te maken, met voldoende nuances. Maar één ding staat vast: ik zal nooit iedereen tevreden krijgen met het eindresultaat.

Vervelen? Neh…

Cortisol
De structuurformule van cortisol

Van luwte is momenteel gelukkig geen sprake. Vorige week kreeg ik een persbericht toebedeeld van een oud-collega die erbij grapte: “Jij zegt geen nee, toch?” En inderdaad: ik zei ja. Met een grijns. Het persbericht is vandaag z’n eerste correctieronde ingegaan.

En er is nog meer werk te doen. Voor KIJK ben ik – al veel te lang… – bezig met een groot artikel dat tijd en vooral veel energie (!) opslokt. Ik vul momenteel de vragenrubriek van Know How (vervanging vanwege een verlof), connectie X gaf mijn naam door bij Zin, waarvoor ik eenmalig een rubriek zal vullen, en connectie Y noemde me bij het Longfonds, waarvoor ik een lang artikel uit het Engels zal vertalen naar populair-wetenschappelijk-verantwoord Nederlands. En dan is er nog de eerste van vier chirurgische bijsluiters die ik ga fabriceren, een stukje voor het medewerkersblad van het LUMC, een artikel voor het LUMC Magazine en natuurlijk de vragenrubriek van KIJK. Met andere woorden: ik verveel me niet. Joechei! 😀

Tot slot een van de leukste vragen die binnenkwam bij Know How: stel dat alle tafels (bijvoorbeeld de tafel van 7, etc.) doorliepen tot in het oneindige. Zou er dan een getal bestaan dat in al die tafels voorkomt? Het antwoord verklap ik natuurlijk niet; u kunt het binnenkort lezen in Know How.

Ik zeg (nog?) geen nee

Als startende freelancer nam ik me één ding voor: voorlopig zou ik nergens ‘nee’ tegen zeggen. Tenslotte moest ik maar zien of ik überhaupt genoeg te doen zou krijgen en hoe ik financieel zou draaien. Opdrachtgevers afketsen was wel het laatste wat ik wilde. Ik weet bovendien vanuit mijn eigen ervaring aan de andere kant van de lijn dat freelancers die meermaals niet thuis geven (of niet direct telefonisch bereikbaar zijn :-S) snel vervangen zijn door een ander.

Dus zeg ik volop ‘ja’. Ja zeggen is ook fantastisch leuk. Kom maar op! Komt goed! Wir schaffen das!!! (Hmmm… ietsje andere context, maar toch.) Ik ben natuurlijk heel blij dat ik allerlei opdrachten krijg van verschillende opdrachtgevers, dus lekker gevarieerd. Maar nu, na mijn eerste kwartaal als zzp’er, begin ik zo’n beetje het punt te bereiken dat er misschien toch wel eens een keertje een heel weifelachtig nee-tje uit mijn mond zal komen (u proeft de aarzeling). Mijn maximale werklast is bereikt. Meer moet het niet worden, want dan word ik thuis gestresst en paniekerig. Ik moet gaan oppassen als ik ’s avonds in bed met verkrampte armen en schouders ligt te denken: hoe moet dat allemaal gaan lukken deze week!?

Tot nu toe heb ik de ‘nee’ niet aangedurfd, en ik merk dat ik het zelfs eng vind om er hier, op mijn blog over te schrijven (ach laat u alstublieft niet afschrikken, oh meelezende opdrachtgever! ;-)). Tja, denk ik dan: en wat nou als er volgende maand geen nieuwe opdrachten binnenkomen? Dan moet ik misschien deze maand gewoon extra hard…  etc. Maar toch. Ooit komt de eerste ‘nee’, ik weet het zeker. Ik verzamel nog even wat moed.